Nieuws

1 februari 2018

‘Anabaptist Theology: Methods and Practices’

Enkele indrukken van Fulco van Hulst van het congres over ‘Anabaptist Theology: Methods and Practices’, georganiseerd door het “Humanitas Anabaptist Centre” aan Trinity Western University in Canada van 7 t/m 9 juni 2017

Humanitas Anabaptist Centre.

Het Humanitas Anabaptist-Mennonite Centre (www.humanitas.org) is opgericht aan Trinity Western University in Langely BC (Canada) in samenwerking met de ‘Mennonite Faith and Learning Society’ (MFLS) met als doel: “to establish a multi-disciplinary research centre focused on bringing an Anabaptist-Mennonite perspective to the integration of faith and learning.” Het is een mooi voorbeeld van hoe doopsgezinden en verwante anabaptisten binnen de context van een niet specifiek doperse universiteit een eigen kenniscentrum kunnen opbouwen en vormgeven.

Het congres in 2017 wat het eerste congres dat door het Humanitas Centre werd georganiseerd – en mijns inziens was het qua deelnemers en qua inhoud een geslaagd congres te noemen. Deelnemers kwamen buiten Iris Speckmann en ondergetekende dan wel enkel uit Canada en de V.S. (de in Canada studerende buitenlandse deelnemers niet meegerekend), het was een goede mix van academici, (PhD) studenten en enkele geïnteresseerde mensen van buiten de academie; de inhoudelijke bijdragen waren goed en veelal van gedegen academisch niveau.

‘The Yoder Legacy’

Inhoudelijk had het congres een spannende aftrap met de bijdrage van Paul Martens over de erfenis van John Howard Yoder. Sinds de onthullingen over Yoder’s grensoverschrijdend gedrag jegens vrouwen is ook zijn theologie in een ander licht komen te staan en wordt die door een deel van de doperse gemeenschap (zeker in de VS en Canada) volledig afgewezen. Martens legde een aantal zwakke plekken van Yoder’s theologie bloot, maar opmerkelijk was toch dat hij in eerste instantie een aantal tijdgenoten van Yoder als alternatief aandroeg zoals, Reimer, Kaufmann en Burkholder. Het lijkt er op dat we moeten constateren dat er nog geen nieuwe grote namen zijn aan te wijzen van doperse theologen die een duidelijk onderscheidend geluid laten horen. Dat valt mede toe te schrijven aan de grote invloed die het werk van Yoder heeft gehad op de doperse theologie, in het bijzonder in Canada en de V.S. (de huidige generatie van doperse theologen is ‘opgegroeid’ met Yoder). Het is interessant om te volgen hoe het debat rond de erfenis van Yoder zich verder ontwikkelen zal in Canada en de V.S.. Tenslotte is het ook een interessante ethische casus: hoe verhouden we ons tot de denkbeelden van een wetenschapper die zelf de hoge morele standaarden die hij in zijn werk bepleit niet waar lijkt te maken. In het licht van het recente ‘MeToo’ debat een zeer relevante vraag, zo lijkt het.

We kunnen echter niet om het werk en de invloed van Yoder heen. Een grondiger doordenking van het werk van Yoder lijkt daarom ook in onze Nederlandse context gewenst. Enerzijds om ons te verhouden tot een van de meest invloedrijke doperse denkers uit de tweede helft van de vorige eeuw – en om te ontdekken welke rijkdom daar mogelijk voor ons nog in verborgen zit. Daarbij moeten we ook bedenken dat Yoder in Nederland school maakt in de meer evangelicaal georiënteerde stromingen. We lijken zelf de (theologische) aantrekkingskracht over het hoofd te zien van de denkbeelden deze theoloog. Anderzijds moeten we ons verdiepen in Yoder om ons theologisch te blijven kunnen verhouden tot de centra van doperse theologie in Canada en de VS. Yoder heeft de doperse theologie blijvend beïnvloed en wie Yoder niet kent kan niet mee in het academisch dopers theologisch discours.

Natuurlijk werd er over meer gesproken dan enkel over Yoder, maar door de bijdrage van Martens als eerste te agenderen werden de andere bijdragen die mede Yoder’s theologie tot onderwerp hadden wel in een bepaald licht gezet.

Hedendaagse Doperse Theologie.

Interessant waren de bijdragen waarin werd ingegaan op de veronderstelde dichotomie tussen een christocentrische ethiek en een ethiek gebaseerd op de natuurwet. Dit thema kwam in een tweetal lezingen terug. Daarnaast een lezing over de (beperkte) mate waarin doopsgezinde theologen zich hebben verstaan met de filosofie. Dan blijkt dat prof. Oosterbaan en ook prof. Auke de Jong echt uitzonderingen zijn geweest. In het algemeen kwam zo naar voren hoe christocentrisch de doperse theologie ook heden ten dage nog is.

Nieuwe contacten en nieuwe perspectieven.

Goed was het om alvast kennis te kunnen maken met verschillende onderzoekers die het komende jaar enige tijd aan de VU aanwezig zullen zijn en om bestaande contacten van het Doopsgezind Seminarium opnieuw aan te kunnen halen. En organisator Myron Penner liet duidelijke belangstelling blijken voor een bezoek aan Nederland.

Ik heb slechts een paar bijdragen heel kort uitgelicht. Een verblijf als dit is intensief en de wijze van presenteren is ietwat anders dan wij hier gewend zijn. In Nederland kennen we een rustige uiteenzetting, veelal ondersteund door een PowerPoint presentatie. Hier werden artikelen voorgelezen op een tempo dat voor een niet native speaker een grondige inspanning vereist om het te volgen. Het is echter duidelijk dat de doperse theologie nog springlevend is in Canada en de V.S. en dat we de contacten met de academische zusterinstellingen daar goed kunnen gebruiken om onze eigen theologie blijvend te voeden. Blijvend investeren in die contacten is dan ook geen luxe, maar lijkt eerder noodzaak.

Nog twee opmerkelijke zaken. En het is bijzonder interessant (en bemoedigend) om te zien dat de discussie over het LGTBQ-vraagstuk hier op een heel andere toon wordt gevoerd dan naar ik vernomen heb op het laatste wereldcongres. Tegelijk blijkt dat de doperse theologie nog steeds een gedomineerd wordt door een westers perspectief. De vraag is dus ook hoe we kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van een Afrikaanse of Aziatische doperse theologie. Die laatste vraag kwam in de marge van het congres wel aan de orde (in één bijdrage werd die vraag expliciet gesteld), maar op een congres waar blanke mannen in de meerderheid waren was het nog geen ‘hot item’.

Al met al mag ik terugkijken op een zeer bevredigend bezoek. Ik ben blij en dankbaar dat ik aan dit congres heb mogen deelnemen en ik hoop dat we als Doopsgezind Seminarium gevoed mogen blijven worden door dit soort internationale ontmoetingen.

Tekst: Fulco van Hulst



Naar het nieuwsoverzicht

  Meer informatie   Facebook   Twitter
 
  contact maandblad sitemap
  routebeschrijving nieuwsbrief disclaimer
  veelgestelde vragen inloggen  colofon
     
   
  © 2018 Doopsgezind.nl